Terug naar Kennisbank

Valrisico-test voor senioren: meet zelf je risico in 15 minuten

Met een paar eenvoudige zelftests krijg je in een kwartier een betrouwbaar beeld van je valrisico — en weet je of een bezoek aan huisarts of valpreventiecoach verstandig is.

Valpreventiecoach in de Buurt Redactie13 minuten leestijd
Oudere vrouw doet balansoefening tijdens valrisico-test voor senioren

Eén op de drie 65-plussers valt jaarlijks minimaal één keer, en vanaf 80 jaar bijna de helft. Tegelijk weten de meeste mensen niet hoe hoog hun eigen risico écht is. Een goede valrisico-test brengt daar binnen een kwartier verandering in: met vier gevalideerde zelftests die je gewoon thuis kunt doen, weet je of je valrisico laag, matig of verhoogd is — en wat je eraan kunt doen.

In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe je je eigen valrisico meet. We gebruiken tests die in de Nederlandse richtlijn Valpreventie en internationale literatuur (CDC STEADI, Cochrane 2019) als standaard gelden: de Timed Up & Go, de 30-seconden sta-test, de single-leg stance, de Four-Stage Balance Test en de Functional Reach. Bij elke test krijg je concrete normwaarden, zodat je je score direct kunt interpreteren.

Zoek je na de zelftest direct begeleiding? Onze directory bundelt professionals in heel Nederland — bekijk de coaches in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht of vind een valpreventiecoach in jouw stad. Wil je eerst meer weten over wat zo'n coach doet? Lees dan wat doet een valpreventiecoach.

Wat is valrisico en waarom zou je het meten?

Valrisico is de statistische kans dat je in een bepaalde periode (meestal een jaar) valt. Het wordt bepaald door een combinatie van intrinsieke factoren — spierkracht, balans, gezichtsvermogen, medicatie, cognitieve functie — en extrinsieke factoren zoals losse kleden, gladde vloeren of slechte verlichting. Hoe meer van deze factoren in het rood staan, hoe hoger je risico.

Waarom zou je dit meten? Omdat vallen op oudere leeftijd allesbehalve onschuldig is. Bijna een op de tien valincidenten leidt tot een fractuur, en een heupfractuur zorgt binnen een jaar voor een sterk verhoogde mortaliteit en blijvend functieverlies. Tegelijk weten we uit onderzoek dat gerichte training het valrisico met 20 tot 40 procent kan verlagen. Meten is de eerste stap: zonder beeld van je startpunt kun je niet gericht trainen.

Preventie begint met bewustwording

Veel ouderen onderschatten hun risico stelselmatig. Uit Nederlands onderzoek blijkt dat ruim 60% van de mensen boven de 70 hun eigen balans overschat — tot ze voor het eerst vallen. Een zelftest maakt abstracte cijfers tastbaar: als je merkt dat je de Timed Up & Go in 14 seconden doet in plaats van de normale 10, dan is dat een concreet signaal waar je iets mee kunt.

Niet alleen voor wie al gevallen is

Een grote misvatting is dat je pas hoeft te testen na een val. De Nederlandse richtlijn Valpreventie adviseert juist het tegenovergestelde: screening vanaf 65 jaar, ongeacht of er al iets gebeurd is. Wie op tijd ingrijpt, voorkomt de eerste val — en dat is veel effectiever dan na een fractuur revalideren. Meer over de achterliggende oorzaken lees je in ons artikel over vallen bij ouderen en de oorzaken.

Signalen dat je je valrisico moet testen

Je hoeft niet te wachten op een leeftijdsgrens. Bepaalde signalen uit het dagelijks leven zijn sterkere voorspellers dan je geboortejaar. Herken je één of meer van de volgende punten, dan is een zelftest binnen enkele dagen verstandig:

  • Bijna-vallen in de laatste zes maanden: struikelen over een drempel, uit evenwicht raken bij het opstaan of even moeten steunen tegen een muur.
  • Duizeligheid bij opstaan uit bed of stoel — vaak een teken van orthostatische hypotensie.
  • Vier of meer medicijnen per dag, met name benzodiazepines, bloeddrukverlagers, antidepressiva of slaapmiddelen (polyfarmacie).
  • Angst om te vallen — zelfs zonder voorval. Deze angst leidt tot bewegingsbeperking en versnelt het risico verder.
  • Nieuwe chronische aandoening: Parkinson, diabetes, CVA, artrose of COPD veranderen je balansprofiel.
  • Recente operatie aan heup, knie of rug waarbij je nog niet je oude niveau terug hebt.
  • Omgevingsverandering: verhuizing, nieuwe woning met trap, of een partner die net wegviel waardoor je vaker alleen bent.

Meer subtiele signalen

Ook minder directe signalen zijn relevant. Let bijvoorbeeld op of je bij het lopen automatisch naar je voeten kijkt in plaats van vooruit — dat duidt op onzekerheid over het terrein. Of of je de laatste tijd trager loopt, smallere stapjes zet of voor een oneffen stuk stoep vaker dan vroeger blijft staan.

De “Timed Up & Go vraag” als eerste filter

De CDC gebruikt in het STEADI-programma drie simpele screeningsvragen: (1) ben je het afgelopen jaar gevallen? (2) voel je je onzeker op je benen? (3) ben je bang om te vallen? Antwoord je drie keer nee en heb je geen van de bovenstaande signalen, dan is je risico waarschijnlijk laag. Zeg je één of meer keer ja, dan is een volledige zelftest — of een bezoek aan de huisarts — aan de orde.

Timed Up & Go (TUG) — 15 seconden die veel vertellen

De Timed Up & Go is wereldwijd de meest gebruikte valrisico-test, juist omdat hij zo eenvoudig is en toch veel mobiliteitsinformatie geeft. Je hebt nodig: een gewone stoel met armleuningen (of zonder — kies één versie en hou die vast), een stopwatch of smartphone-timer en een markering op de grond op exact 3 meter afstand.

Zo doe je de test

  1. Ga op de stoel zitten met je rug tegen de leuning en je voeten plat op de grond.
  2. Op het commando “start” sta je op (mag met armleuning als dat je normale manier is), loop je op je gebruikelijke tempo naar de markering op 3 meter.
  3. Draai je om bij de markering, loop terug en ga weer zitten.
  4. Stop de tijd op het moment dat je billen de stoel raken.
  5. Doe de test drie keer en noteer je beste (snelste) tijd.

Normwaarden en interpretatie

  • < 10 seconden: normaal — laag valrisico.
  • 10–12 seconden: licht verhoogd — tijd om oefeningen in te bouwen.
  • > 12 seconden: verhoogd valrisico — overleg met huisarts of valpreventiecoach.
  • > 20 seconden: sterk verhoogd — professionele begeleiding is nadrukkelijk aanbevolen.
  • > 30 seconden: sterke beperking in mobiliteit; bespreek met arts of fysio.

Veelgemaakte fouten

Houd je tempo natuurlijk — niet racen. De test meet je normale looptempo, niet je maximale. Draag het schoeisel dat je dagelijks gebruikt en gebruik je gebruikelijke hulpmiddel (rollator, stok) als dat erbij hoort. De test is pas betrouwbaar als hij je échte alledaagse bewegen weerspiegelt.

De 30-seconden sta-test — spierkracht meten

Vallen heeft vaak met spierzwakte te maken: wie niet vlot uit een stoel kan opstaan, heeft minder kwadriceps- en gluteuskracht en dat voorspelt valincidenten. De 30-seconden sta-test (ook bekend als de “sit-to-stand test”) meet deze kracht functioneel.

Zo voer je de test uit

  1. Gebruik een stoel zonder armleuning (of met leuningen die je niet gebruikt), ongeveer 43–45 cm hoog. Zet hem tegen een muur zodat hij niet kan kantelen.
  2. Ga zitten met armen gekruist over de borst (handen op tegenovergestelde schouders).
  3. Start de stopwatch en ga zo vaak mogelijk volledig staan en weer zitten in 30 seconden — zonder je armen te gebruiken.
  4. Tel alleen volledige herhalingen: je kont raakt de stoel en je bent helemaal rechtop met gestrekte heup en knie.

Normwaarden per leeftijd en geslacht

De Rikli & Jones normen (Senior Fitness Test) geven drempelwaarden voor een verhoogd valrisico. Scoor je onder deze waarden, dan is krachttraining prioriteit:

  • Mannen 60–64: minimaal 14 herhalingen. 65–69: 12. 70–74: 12. 75–79: 11. 80–84: 10. 85–89: 8. 90+: 7.
  • Vrouwen 60–64: minimaal 12. 65–69: 11. 70–74: 10. 75–79: 10. 80–84: 9. 85–89: 8. 90+: 4.

Wat betekent een lage score?

Een score onder de norm betekent niet dat je direct in elkaar zakt, maar wél dat opbouwende krachttraining zinvol is. Concrete oefeningen vind je in onze gids krachttraining tegen vallen en in het Otago-oefenprogramma, dat sit-to-stand-oefeningen met enkelgewichtjes combineert voor een valreductie tot 35% bij 80-plussers.

Balanstests die je thuis kunt doen

Spierkracht en looptempo zijn belangrijk, maar als je balans tekortschiet ga je alsnog onderuit. De volgende drie tests meten verschillende dimensies van evenwicht. Doe ze allemaal — ze vullen elkaar aan.

Single-leg stance (balans op één been)

Ga naast een tafel of stoel staan als steun mocht het misgaan, maar raak hem niet aan. Til één voet enkele centimeters van de grond en tel hoe lang je kunt blijven staan zonder te wankelen, de vloer te raken of je zwaaibeen tegen je standbeen te zetten. Maximum: 30 seconden.

  • < 5 seconden: sterk verhoogd valrisico (tot 3x zo hoog).
  • 5–10 seconden: verhoogd — balanstraining aangeraden.
  • 10–20 seconden: licht verhoogd.
  • > 20 seconden: goed voor 65+.

Four-Stage Balance Test

Een getrapte test waarin je vier standen probeert vast te houden, elk 10 seconden, zonder steun:

  1. Side-by-side: voeten naast elkaar.
  2. Semi-tandem: één voet iets vooruit, zodat je grote teen de zijkant van de hiel raakt.
  3. Tandem: voet-voor-voet, hiel tegen teen (alsof je op een koord staat).
  4. Single-leg stance: balans op één been.

Haal je de tandem stand geen 10 seconden? Dan is er sprake van verhoogd valrisico volgens de CDC-richtlijn. Oefenen kan; lees daarvoor ons artikel over balanstraining voor senioren.

Functional Reach Test

Deze test meet hoe ver je voorover kunt reiken zonder je evenwicht te verliezen. Ga met je zij tegen een muur staan, strek je arm horizontaal uit en markeer waar je vingertoppen zitten. Reik zo ver mogelijk naar voren zonder je hielen op te tillen of een stap te zetten en markeer opnieuw. Het verschil is je reach.

  • > 25 cm: normaal voor 70+.
  • 15–25 cm: matig — verhoogd risico.
  • < 15 cm: sterk verhoogd risico, professioneel advies aangeraden.

Medicatie, zicht en huisrisico's — de onzichtbare factoren

Zelfs als je scoretechnisch goed uit de bus komt, kan je valrisico alsnog verhoogd zijn door factoren die geen stopwatch meet. Deze “onzichtbare” factoren worden vaak over het hoofd gezien, terwijl ze statistisch gezien minstens zo zwaar wegen als je balans.

Medicatie — de belangrijkste beïnvloedbare factor

Uit grootschalig onderzoek blijkt dat vier of meer medicijnen per dag (polyfarmacie) het valrisico met 50–75% verhoogt. Specifieke boosdoeners:

  • Benzodiazepines en Z-drugs (oxazepam, temazepam, zolpidem) — verhogen valrisico tot 50% door spierontspanning en verminderde alertheid.
  • Bloeddrukverlagers — veroorzaken orthostase, vooral bij dosisverhoging of combinaties.
  • Antidepressiva (SSRI's en tricyclische middelen) — duizeligheid en traag reactievermogen.
  • Opioïden — sedatie, verminderde coördinatie.
  • Anticholinergica — verstoring van cognitie en zicht.

Vraag je apotheker om een medicatiebeoordeling (MBO) als je vier of meer geneesmiddelen gebruikt. Dit is gratis via je basisverzekering. Nooit zelf stoppen of doseren aanpassen zonder overleg.

Zicht en gehoor

Mensen met een niet-gecorrigeerd visus-verlies van meer dan 20% hebben een twee keer zo hoog valrisico. Lees je krant nog zonder moeite? Kun je de cijfers op je magnetron zien vanaf twee meter? Laat je ogen minimaal elke twee jaar controleren en overweeg een cataract-operatie als die geadviseerd wordt — na cataract-chirurgie daalt het valrisico meetbaar. Ook gehoorverlies telt: slechthorendheid verstoort je ruimtelijke oriëntatie en verdubbelt het valrisico.

Huisrisico's — een rondje door je woning

Bijna 60% van de valincidenten vindt plaats in of rond het eigen huis. Maak een korte checklist:

  • Losse kleden, vooral op overgangen tussen kamers.
  • Onvoldoende verlichting in gang, trap en slaapkamer (denk aan bewegingssensoren).
  • Badkamer zonder antisliptegels of zonder beugel bij douche en toilet.
  • Trap zonder (dubbele) leuning of met versleten traplopers.
  • Rommel of kabels op looproutes, planten voor drempels, losliggende matten.

Een complete aanpak vind je in onze gids valpreventie in huis: een veilig thuis stap voor stap. Denk ook aan hulpmiddelen om vallen te voorkomen, zoals antisliphakken, beugels en een personenalarm.

Wanneer schakel je een professional in?

Een zelftest is een momentopname en geen diagnose. Bij bepaalde uitkomsten is het verstandig om professionele hulp in te schakelen — vaak is dat een eenvoudig traject dat vergoed wordt vanuit de basisverzekering.

Rode vlaggen: ga naar de huisarts

  • Je bent het afgelopen jaar twee of meer keer gevallen.
  • Je bent gevallen met letsel (kneuzing, snijwond, fractuur) of hoofdtrauma.
  • TUG boven 20 seconden, of je kunt de tandem-stand geen 10 seconden vasthouden.
  • Duizeligheid die aanhoudt of terugkeert, zeker bij opstaan.
  • Plotselinge verandering in loopvermogen of balans.
  • Polyfarmacie (4+ medicijnen) én verhoogde testscores.

De route via de huisarts sinds 2024

Sinds 2024 zit valpreventie voor 65-plussers met verhoogd risico in het basispakket. Dat betekent: je huisarts, wijkverpleegkundige of specialist ouderengeneeskunde kan je doorverwijzen naar een gecertificeerd programma van een valpreventiecoach, meestal zonder eigen bijdrage boven het eigen risico. De huisarts gebruikt daarvoor vaak de Valanalyse en aanvullende tests.

Gele vlaggen: valpreventiecoach zonder verwijzing

Scoor je “licht verhoogd” op meerdere tests, voel je je onzeker of heb je valangst zonder dat je al viel? Dan kun je direct (zonder verwijzing) een afspraak maken bij een valpreventiecoach via directe toegankelijkheid. De kosten lopen dan via je aanvullende fysiotherapieverzekering. Lees onze uitleg over wat een valpreventiecoach kost en de vergoeding voor de exacte tarieven.

Van zelftest naar actie: een praktisch stappenplan

Je hebt getest, je weet je scores — wat nu? Onderstaand stappenplan brengt je van de inzicht-fase naar daadwerkelijke risicoreductie. Het werkt het beste als je het met een partner, kind of vriend samen doet.

Stap 1 — Schrijf je scores op

Noteer datum, TUG-tijd, sta-test-herhalingen, single-leg stance-seconden, Four-Stage resultaat en Functional Reach. Bewaar dit overzicht. Over drie maanden herhaal je alle tests en zie je je voortgang zwart-op-wit.

Stap 2 — Bepaal je hoofdprobleem

Score je laag op de sta-test? Dan is krachttraining prioriteit. Valt je balans tegen (tandem onder 10 seconden)? Dan is balanstraining het zwaartepunt. Is je TUG-tijd slecht? Werk aan beide, plus looptempo. Meestal is er niet één oplossing, maar een combinatie.

Stap 3 — Kies een oefenaanpak

  • Laag risico: eigen regie thuis volstaat. Start met onze valpreventie-oefeningen voor thuis, drie keer per week 15–20 minuten.
  • Matig risico: een groepsprogramma zoals In Balans of een online cursus onder begeleiding is kosten-efficiënt en sociaal motiverend.
  • Verhoogd of hoog risico: individuele begeleiding door een valpreventiecoach. Vergelijk aanbieders in je stad — bijvoorbeeld in Den Haag, Eindhoven, Groningen of Tilburg.

Stap 4 — Tackel de onzichtbare factoren

Vraag een medicatiebeoordeling bij je apotheek. Laat je ogen en oren testen. Doe een woningscan (eventueel met een ergotherapeut, die valt onder basisverzekering 10 uur per jaar). Pak als eerste de losse kleden aan en zorg voor extra verlichting op het traject bed-wc. Overweeg ook of valangst je beperkt — zo ja, lees valangst overwinnen.

Stap 5 — Herhaal de test na 12 weken

Na 12 weken gestructureerde oefeningen verwacht je een verbetering van 20–30% op de TUG en 2–3 extra herhalingen op de sta-test. Blijft je score gelijk? Dan is de aanpak niet goed afgestemd; overleg met een coach. Zie je vooruitgang? Zet het onderhoudsprogramma voort en hertest jaarlijks.

Hoe de pro-versie eruitziet: Tinetti, Berg en Valanalyse

Zelftests geven een solide indicatie, maar een valpreventiecoach, geriatriefysiotherapeut of specialist ouderengeneeskunde gebruikt gevalideerde testbatterijen die dieper gaan. Goed om te weten wat je kunt verwachten:

Tinetti-test (POMA)

De Performance-Oriented Mobility Assessment meet balans (16 punten) en gang (12 punten), samen maximaal 28 punten. Een score onder 19 wijst op een hoog valrisico, 19–24 op matig en boven 24 op laag risico. De test duurt 10–15 minuten en wordt door vrijwel alle valpreventiecoaches ingezet bij de intake.

Berg Balance Scale

Een uitgebreidere balanstest met 14 taken (van zitten naar staan tot draaien met gesloten ogen), elk van 0 tot 4 punten. Maximale score 56; onder 45 is er sprake van verhoogd valrisico. Vaak gebruikt bij neurologische patiënten (Parkinson, CVA-revalidatie).

Nederlandse Valanalyse

Specifiek ontwikkeld voor huisartsenpraktijken en gemeentelijk sociaal werk. Combineert anamnese, medicatiecheck, TUG, sta-test en balansproeven in een half uur. De uitkomst mondt uit in een concreet advies: geen actie, leefstijladvies, gestructureerd trainingsprogramma of intensief multifactorieel interventieprogramma.

Aanvullende instrumenten

Specialisten kijken daarnaast naar orthostatische bloeddrukmeting, cognitieve screening (MoCA), dubbeltaak-loopproeven en soms instrumentele gangmeting met sensoren. Deze kennis levert een gelaagd risicoprofiel dat verder reikt dan wat je thuis kunt meten. Benieuwd of je deze vervolgstap echt nodig hebt? Lees wanneer heb je een valpreventiecoach nodig.

Je score interpreteren — laag, matig of hoog?

Je hebt vijf tests gedaan. Hoe vertaal je al die getallen naar één conclusie? Hanteer de volgende vuistregel op basis van de Nederlandse richtlijn Valpreventie en CDC STEADI:

Laag risico

Alle tests binnen de norm, geen rode vlaggen, geen polyfarmacie, geen vallen in het afgelopen jaar. Advies: preventief blijven bewegen (150 minuten matig-intensief per week, 2 keer per week krachttraining), jaarlijks hertest, en alert blijven op nieuwe risicofactoren.

Matig risico

Eén of twee tests licht onder de norm, of milde risicofactoren (enkele medicijnen, mild visusverlies). Geen val in het laatste jaar maar wel bijna-vallen of valangst. Advies: start een gestructureerd thuisprogramma (bijvoorbeeld Otago-lite) of groep-In Balans, doe een medicatie-check bij de apotheek, plan een hertest na drie maanden.

Verhoogd/hoog risico

Meerdere tests afwijkend, TUG > 20 seconden of tandem-stand < 10 seconden, één of meer valincidenten in het laatste jaar, polyfarmacie of sensorisch verlies. Advies: direct contact met huisarts voor verwijzing naar valpreventiecoach of geriatriefysiotherapeut. Gebruik de wachttijd voor lichte dagelijkse oefeningen (zit-sta, zij-waarts lopen naast het aanrecht). Lees ook het verschil tussen valpreventiecoach en fysiotherapeut en hoe je een valpreventiecoach kiest zodat je meteen een goede professional vindt.

Let op bij mengbeeld

Scoor je op kracht en balans uitstekend, maar is er polyfarmacie of zicht-verlies? Dan is je “fysieke” risico laag maar je “totale” risico alsnog verhoogd. Medicatie en zicht wegen soms zwaarder dan een goede TUG-tijd.

Veelgestelde vragen

Is een zelftest net zo betrouwbaar als een test bij een professional?

De tests in dit artikel (TUG, sta-test, single-leg stance, Four-Stage, Functional Reach) zijn gevalideerd en geven een goede eerste indicatie. Een professional combineert ze met anamnese, medicatiecheck, orthostase-meting en cognitieve screening — dat geeft een completer beeld. Zie de zelftest als een slim filter: prima om te weten of actie nodig is, geen vervanger voor een volledige screening.

Kan ik de Timed Up & Go ook met een rollator doen?

Ja. Doe de test altijd met het hulpmiddel dat je normaal gebruikt. De normwaarden gelden dan iets anders: met rollator is minder dan 15 seconden normaal en meer dan 20 seconden sterk verhoogd. Belangrijker dan de absolute tijd is de ontwikkeling: word je sneller na een trainingsperiode?

Hoe vaak moet ik mijn valrisico hertesten?

Bij laag risico eenmaal per jaar. Bij matig risico elke drie tot zes maanden, zeker als je actief traint. Bij hoog risico laat je de test doen door een professional, meestal na elke trainingsperiode van 12 weken. Ook na een val, een nieuwe medicijncocktail of een operatie is een hertest verstandig.

Ik ben 70 en scoor prima — waarom zou ik blijven oefenen?

Omdat balans en spierkracht zonder training snel achteruitgaan: vanaf 30 jaar verliezen we ongeveer 1% spiermassa per jaar, versneld na 60. Een goede score nu is geen garantie over twee jaar. Preventief bewegen (150 min/week plus 2x krachttraining) is de goedkoopste verzekering tegen latere valincidenten.

Kan ik de tests ook doen als ik alleen woon?

Zeker, maar neem veiligheidsmaatregelen: doe balanstests altijd naast een stevige tafel of muur, draag dichte schoenen, en houd je telefoon binnen handbereik. Voor de TUG en sta-test is geen assistent nodig. Voel je je onzeker, vraag dan iemand bij de eerste ronde aanwezig te zijn — familie, buur of thuiszorgmedewerker.

Mijn moeder wil niet testen omdat ze bang is voor wat eruit komt — wat doe ik?

Dat is begrijpelijk en vaak een teken van valangst. Benadruk dat een test géén veroordeling is, maar juist controle geeft: als het meevalt is dat geruststellend, en als er iets uitkomt weet je wat je kunt doen. Stel voor om samen één test (bijvoorbeeld de sta-test) te doen, zonder direct conclusies te trekken. Lees ook ons artikel over valangst overwinnen.

Is valpreventie vergoed vanuit de basisverzekering?

Sinds 2024 ja, voor 65-plussers met een verhoogd valrisico en een verwijzing via huisarts, wijkverpleegkundige of specialist ouderengeneeskunde. Het programma valt onder een GLI-achtige structuur met intake, trainingsfase en onderhoudsfase. Buiten deze route worden sessies vaak (deels) vergoed via de aanvullende fysiotherapieverzekering. Bespreek dit altijd vooraf met je zorgverzekeraar en je coach.

Conclusie

Je eigen valrisico meten is sneller en toegankelijker dan de meeste mensen denken: vijf simpele tests, een stopwatch en een kwartier tijd geven je een verrassend accuraat beeld van je mobiliteitsreserves. Vergelijk je scores met de normwaarden, noteer ze, en koppel eraan wat je dagelijks aan medicatie, zicht en woning kunt doen. Zo wordt valpreventie van een vaag begrip tot een concreet, controleerbaar plan.

Zie testen niet als een eindpunt maar als startpunt. Wie zelf aan de slag kan, vindt in onze kennisbank — van balanstraining tot Otago — het oefenmateriaal om scores te verbeteren. Wie twijfelt, liever begeleiding wil of een hoog risico scoort, doet er goed aan een professional in te schakelen via huisarts of rechtstreeks. Twaalf weken gerichte oefening levert meetbaar verschil: gemiddeld 20–30% snellere TUG en duidelijk minder valincidenten.

Vind een valpreventiecoach bij jou in de buurt en bespreek je zelftest-resultaten in een vrijblijvende kennismaking.